Ongedeerd klokkenluiden: utopie of realiteit?


Date : 04/12/2018

This article is also available in English.

UCLouvain, 4 december, 2018

Het congres “Emerging unscathed from whistleblowing: utopia or reality?” georganiseerd op 4 december in Louvain-la-Neuve door Transparency International Belgium en Louvain School of Management telde meer dan 120 aanwezigen. Dominique Dussard, voorzitter van TI-Belgium, opende het congres met een welkomstwoord.  Hij bedankte de Louvain School of Management en Carlos Desmet die het evenement organiseerden, de internationale brouwerij AB Inbev en de Fairtrade chocoladeproducent Belvas die het evenement sponsorden.

Meneer Dussard beschrijft transparantie als het tegengif voor corruptie en klokkenluiden als een middel om die transparantie te bereiken. Om succesvol te kunnen klokkenluiden zijn drie belangrijke elementen noodzakelijk:

Met een warm welkom, wordt Dr. Wim Vandekerckhove aan het publiek voorgesteld als de moderator van het evenement. Wim Vandekerckhove is een expert voor Transparency International en lector in bedrijfsethiek, human ressources en organisatiepsychologie aan de University of Greenwich. Hij onderzoekt bedrijfsethiek, in het bijzonder klokkenluiden, en behaalde in 2001 een doctoraat over dit onderwerp, toen het nog een redelijk nieuw concept was. Ondertussen is er heel wat veranderd.

De geschiedenis van klokkenluiden

Dr. Vandekerckhove opent de discussie door de 40-jarige geschiedenis van klokkenluiden en de evolutie hoe bedrijven daarop reageren, te schetsen. Hij beschrijft klokkenluiden als een universeel fenomeen en als fundamenteel menselijk. Het heeft altijd al bestaan en beantwoordt aan de behoefte om onrechtvaardigheid aan te kunnen kaarten. De term klokkenluiden dook voor het eerst op in de jaren 70 in Amerika toen Ralph Nader, een jonge activist en later onafhankelijke kandidaat voor de presidentszetel, een aantal corruptiezaken bekritiseerde. Hij definieerde klokkenluiden als “een handeling van een man of een vrouw die, overtuigd dat die het publiek belang van de organisatie dient, meldt dat de organisatie bij corrupte, illegale, frauduleuze of schadelijke activiteiten betrokken is”. Hij verwees naar organisaties in de publieke en privésector die in een ‘wereld’ evolueren met respectloze dynamieken voor het algemeen belang. Nu, 45 jaar later, is dat nog steeds de kern van de zaak.


Men kan een verschil in toon onderscheiden als we naar twee bedrijfsleiders kijken op verschillende momenten in de tijd. Het toont aan hoe klokkenluiden evolueerde van de status van spionage naar een troef voor een onderneming.

James Roche, voorzitter van General Motors zei in 1971:
“Sommige zakelijke vijanden moedigen werknemers aan de onderneming ontrouw te zijn. Ze willen wantrouwen en disharmonie scheppen en zich verdiepen in de belangen eigen aan de onderneming. Dit krijgt de naam industriële spionage, klokkenluiden of professionele verantwoordelijkheid, het is een strategie om verdeeldheid en conflicten te zaaien.”

Warren Buffet schreef in 2005 in zijn jaarlijkse brief aan de aandeelhouder van Berkshire Hathaway:
“De tweede hervorming betreft de ‘klokkenluiderlijn’, een maatregel waarmee werknemers aan mij en de auditcommissie van de Raad van Bestuur informatie kunnen sturen zonder angst voor represailles. De extreme decentralisatie van Berkshire maakt dit systeem bijzonder waardevol zowel voor mij als voor de commissie. (In een uitgestrekte ‘stad’ van 180 000 inwoners, het huidig aantal werknemers van Berkshire, zal niet elke vallende mus in de hoofdzetel worden opgemerkt.). De meeste klachten die we kregen zijn van het type “de persoon naast mij heeft slechte adem”, maar soms hoorde ik van belangrijke problemen bij onze filialen waarvan ik anders niets zou weten. De aangehaalde problemen zijn vaak niet detecteerbaar door de audit, maar zijn eerder van persoonlijke en zakelijke aard. Berkshire zou vandaag meer waard zijn als ik de klokkenluiderlijn decennia geleden al had opgezet.”

In de jaren 80 formuleerden wetenschappers veel interessante inzichten over klokkenluiden. Marcia Micelli, psychologe, Janet Near, sociologe en Terry Dworking, juridisch expert, waren sleutelactoren die de huidige gangbare definitie voor klokkenluiden definieerden:“Klokkenluiden is de onthulling door (voormalige en huidige) organisatieleden van illegale, immorele of illegitieme praktijken onder controle van hun werkgevers, aan personen of organisaties die hierin verandering kunnen brengen.” Het idee dat een klokkenluider een trouwe werknemer is met het verlangen de wanpraktijken te stoppen, maar onmachtig is om dat zelf te doen, was nieuw. Micelli, Near en Dworking beschreven voor de eerste keer klokkenluiden als een proces dat begint met een interne mededeling die mogelijk kan uitgroeien, afhankelijk van het antwoord dat de klokkenluider ontvangt.

Dr. Vandekerckhove haalt twee belangrijke elementen aan die door internationaal onderzoek werden vastgesteld:

Juridisch kader

Wetgevingen, vooral om klokkenluiders te beschermen, maar in de VS ook om ze aan te moedigen, ontstonden in 1990 in de VS gevolgd door Australië, VK, België (maar alleen voor de publieke sector) en nu wordt hiervoor op EU-niveau een Richtlijn ingediend. Transparency International speelde een belangrijke rol om dit onderwerp op de Europese agenda te houden. Als de Richtlijn wordt goedgekeurd, zou België gedwongen worden een zwaardere nationale wetgeving in te voeren.

Een praktijkvoorbeeld

Een korte video toont twee belangrijke gevallen van klokkenluiden, betreffende de NHS in het VK. De video van een BBC-nieuwsclip benadrukt de risico’s voor de klokkenluiders op vlak van carrièreschade, ontslag en “bestraffing”. De video benadrukt de gevallen van twee NHS-artsen die gedwongen naar Australië moesten verhuizen om een nieuwe baan te vinden. Daaraan toegevoegd wordt dat verhuizen naar een ander land of continent niet altijd een oplossing is om aan de gevolgen van klokkenluiden te ontsnappen. Vaak is een simpele zoekopdracht online voldoende om informatie over de zaak te vinden.

Paneldebat

De moderator introduceert het panel en opent de discussie met de vraag hoe klokkenluiden een rol speelde in hun respectievelijke professionele activiteiten:

Voor Alain Lallemand, onderzoeksjournalist voor Le Soir, zijn klokkenluiders hoofdzakelijk “bronnen” die anonimiteit en bescherming vereisten zodat ze kunnen spreken over iets van algemeen belang.  De kwestie van vertrouwen in een anonieme bron is weinig relevant voor meneer Lallemand. De betrouwbaarheid van zijn bronnen nagaan, maakt deel uit van zijn verantwoordelijkheden als onderzoeksjournalist. Zonder de bescherming van zijn bronnen zou het mechanisme van klokkenluiden niet werken in de journalistiek. Er zou teveel op spel staan voor de klokkenluider en zijn omgeving.

Thierry Gillis, hoofdinspecteur bij de algemene inspectie van de federale en de lokale politie, vermeldt dat alle politieleden feitelijk klokkenluiders zijn in hun werk tegen criminaliteit. Hij merkt het verschil op tussen interne klokkenluiders en informanten. Hij stelt de positie van klokkenluiders die strafbare activiteiten aankaarten waarin ze zelf betrokken waren in vraag.

Mona Caroline Chammas, oprichtster van GOVERN&LAW en Government & Business Counsel, merkt op dat klokkenluiders niet altijd individuen zijn (bv. naar anticorruptiewetgeving) het kunnen ook ondernemingen zijn (bv. naar competitiviteitswetgeving). Zoals ondernemingen die betrokken zijn in kartelvormingen die zowel zichzelf als medeplichtigen aangeven om mildere of geen sancties opgelegd te krijgen van mededingingsautoriteiten, zoals de EU. Vandaar de sleutelrol van de compliancefuncties en -bureaus in de onderneming en de interessante onderzoeken over het ondernemingsbestuur en de uitdagingen rond compliance (vb. OESO Trust&Business Report).

Phillipe Deschamps, General Counsel en Company Secretary bij Celyad, merkt het belang op van bedrijfsreputatie en van de klokkenluider als een significante beschermingsbron hiervoor. Daarnaast geeft klokkenluiden de mogelijkheid aan organisaties om hun problemen op te lossen die anders onder de radar zouden blijven. Werkend in een internationale zakelijke omgeving, ervaart meneer Deschamps hoe belangrijk het is om meldingssystemen te ontwikkelen die aangepast zijn aan de nationale juridische en culturele omstandigheden. In de VS bijvoorbeeld, is een hotline vaak het eerst gebruikte kanaal, terwijl in Europa de klokkenluiders eerst naar hun manager gaan (als die niet betrokken is). In tweede instantie gaan ze naar de dienst personeelszaken, een vertouwenspersoon of iemand van de juridische afdeling en enkel als alle interne kanalen niet succesvol blijken, wenden ze zich tot een hotline of een journalist. Meneer Deschamps verwijst ook naar het belang van de “tone at the top” in de context van klokkenluiden in ondernemingen.

Met behulp van een aantal meerkeuzevragen voor het publiek, gaat de focus van de discussies meer naar hoe men klokkenluiders kan beschermen. De risico’s voor hun carrière, baan en welzijn mogen niet worden onderschat. Meneer Gillis beschouwt de bescherming van de klokkenluiders van het allergrootste belang en benadrukte dat het nog steeds veel moed vergt om naar de politie te stappen hoewel die een professionele meldingsplicht heeft. Ondanks de inspanningen van de organisatie om een vertrouwenscultuur te scheppen en steun te bieden aan klokkenluiders, vinden mensen het heel moeilijk over hun collega’s te melden. Het feit dat hun onderzoek in de meeste gevallen naar de bron leidt, anoniem of niet, is uiteraard niet geruststellend voor de klokkenluider.

Meneer Lallemand vult hieraan toe dat privédetectives veel macht hebben. In sommige sectoren zijn werknemers ook gebonden door professionele zwijgplicht, die een andere hindernis vormt voor klokkenluiders om wanpraktijken te melden. Onderzoeksjournalisten moeten zich altijd bewust zijn van de risico’s. Le Soir ontvangt per week gemiddeld 3 à 5 interessante meldingen. Het is een kwestie van moraliteit, voegt meneer Lallemand toe, de veiligheid van de telefoonlijnen, de versleuteleng van de berichten te garanderen en het mogelijk te maken alle sporen op elk moment te kunnen wissen.

Op bedrijfsniveau kan een beperking op anoniem of extern klokkenluiden soms worden teruggevonden in de arbeidsovereenkomst, merkt Mevrouw Chammas op. Ze verklaart dat anonimiteit als een effectieve manier wordt beschouwd om klokkenluiden in eerste plaats aan te moedigen, maar dat het vaak een hindernis blijkt te zijn voor het onderzoek en een succesvolle opvolging. Verder wijst mevrouw Chammas op de behoefte aan het maken van een onderscheid tussen anonimiteit, die in het geval van interne klokkenluiden het onderzoek van waarschuwingen kan hinderen, en vertrouwelijkheid voor zowel de klokkenluider als de ontvanger van de waarschuwing. Een sleutelrol bij klokkenluiden speelt niet enkel de klokkenluider, maar ook de ontvanger van de waarschuwing: het gedrag, de macht, de middelen, de onafhankelijkheid van de ontvanger garanderen een vertrouwelijke behandeling. Dit zijn essentiële factoren voor vertrouwen en effectiviteit. Represailles tegen de klokkenluiders moeten expliciet worden ontmoedigd en bestraft om een duurzaam systeem te garanderen.

Meestal is men niet voor beloningen voor klokkenluiders, zoals wel gebeurd in de VS. Maar beloningen moeten worden onderscheiden van een gepaste vergoeding voor klokkenluiders, die essentieel is, gezien de grote schade die klokkenluiders kunnen ondervinden.
Meneer Gillis legt uit dat de politie beloningen voor klokkenluiders niet kan rechtvaardigen. Zijnde een publieke dienst, doet een klokkenluider technisch gezien enkel zijn of haar plicht.

Mevrouw Chammas gaat kort in op de EU-Richtlijn waaraan momenteel wordt gewerkt. Eens goedgekeurd en omgezet in de nationale wetgeving zou die het bestaande gat in de bescherming van klokkenluiders in de EU moeten verkleinen, bijvoorbeeld ook in de privésector in België.
Na een aantal vragen waarin lobbyen ter sprake komt, worden alle deelnemers, het panel en de moderator bedankt en wordt het congres afgesloten.

“Het ergste is om de zorgen van de klokkenluiders te negeren. Behandel mensen goed, luister naar ze, verzamel de info en ga ermee aan de slag, en als u dat niet doet, leg dan uit waarom. Ga in gesprek en als u dat doet, zullen ze niet ergens anders in gesprek gaan”. Een mooie afsluitende opmerking van het panellid meneer Gillis.

 

Geschreven door:
Michael Clarke
Hanneke de Visser